Welke gevaren, uitdagingen en mogelijkheden biedt artificiële intelligentie voor de wereld van de poëzie? Die vraag was de aanleiding voor dit project.
Samen met professor informatica Christophe Scholliers en vormgever Jelle Jespers, creëerde ik Woutje, een AI-dichter die we hebben gevoed met alle gedichten die ooit zijn verschenen in de catalogi (sinds 1992) van het Kunstenfestival Watou.
Via een interactieve installatie polsten we naar hoe de festivalbezoekers tegenover Woutje stonden. Tijdens het eerste deel van de zomer kregen de bezoekers drie teksten van Woutje te lezen, met de vraag ‘welk gedicht spreekt u het meest aan’. Aan de hand van de voorkeuren van de bezoekers werd Woutje verder getraind. Tijdens de tweede helft van de zomer kregen de bezoekers weer drie teksten voorgeschoteld. Deze keer 2 van Woutje en 1 van een ‘échte’ dichter. Opnieuw was daar de vraag: welk gedicht spreekt je het meest aan? En vervolgens: stel dat je een gedicht van Woutje koos, wat doe het met uw perceptie op dat gedicht?
De bezoekers konden hun gevoel over Woutje uitdragen aan de hand van een sticker (met een blij of verdrietig Woutje.)
Speciaal voor de installatie stelden we (voor het eerst) alle catalogi van het Kunstenfestival tentoon. Deze installatie was dan ook niet alleen een voorzichtige verkenning van de toekomst, maar ook een ode aan wat is geweest.
Op 30 augustus werd, via een collectieve stemming, (nipt) beslist om Woutje aan de schandpaal te hangen. Een beul leefde zich uit op de harde schijf (het hart van Woutje.)














